Bestemming Corsica deel 1

Ibolya Moór is op weg naar Corsica. Met moeite laveert ze tussen ‘oranje gebieden’ door om haar vakantie te volbrengen zonder corona op te lopen.

PG
Tekst: Ibolya Moór

Het is 24 augustus 2020 wanneer ik een glas La Blanche van brasserie du Mont Blanc inschenk voor mezelf en mijn partner Wouter. We zitten op het terras van camping Les Marmottes in Montquarly dat zo’n 2,5 km van Chamonix (Frankrijk) af ligt. Ons tentje staat een meter of 50 van ons af en kijkt uit op de gletsjer “Les Ballons”. Naast ons tentje staan de Yamaha FJR 1300 en de Honda CBF 600 in de ondergaande zon af te koelen van de rit. We waren die ochtend bij het meer van Genève gestart. Twee dagen eerder hadden we ons huis in Almere Oosterwold verlaten. Bestemming: Corsica.

Chamonix

Op onze eerste reisdag maak ik mijn eerste kennismaking met het asfalt. Het gebeurde vlak voor een rotonde bij Metz. Ik moest stoppen en stak mijn rechterbeen alvast uit om deze op de grond te zetten. Voordat ik het wist, lag ik op de grond. Ik was hevig geschrokken en snapte niet waarom ik was gevallen. Later besefte ik dat de pijp van mijn nieuwe doorwaaibroek achter het stepje was blijven haken, waardoor ik mijn voet niet aan de grond had kunnen zetten. Sinds dat moment prijkt er een touwtje om mijn beide broekspijpen.

De rit van vandaag had ons via Thonon les Bains naar de Grande route des Alpes gevoerd. Daar leerde ik mijn motor pas echt goed kennen. Ik had de Honda pas een paar maanden daarvoor gekocht en wist nog niet hoe hij in de bergen reed. De haarspeldbochten nam ik meestal in de tweede versnelling. De hele steile bochten daarvan uitgezonderd. Deze bochten nam ik in zijn eerste versnelling, zodat ik een veel kleinere bocht kon maken en niet op de verkeerde weghelft terechtkwam. Wanneer ik in de eerste versnelling reed moest ik een flinke draai aan het gas geven, want de CBF heeft de neiging om te bokken. In les Cluses hadden we afscheid van de route genomen om een uitstapje naar Chamonix te maken.

Na de rustdag verlaten we Chamonix en pikken de Grande route des Alpes weer op. De eerste Col, Col de Saisier, heeft een goed wegdek waardoor deze makkelijk te berijden is. Na deze Col begint de rijfun pas echt. De bochten wisselen elkaar in snel tempo af en al gauw bereiken we het hoogste punt van de volgende Col. De weg naar de top bleek een makkie te zijn geweest in vergelijking tot de afdaling, die smal en erg steil is.

Tijdens de afdaling kom ik in een linkerbocht een vrachtauto tegen op mijn weghelft. Ik kijk naar rechts en zie dat ik slechts één meter wegdek tot mijn beschikking heb. Omdat er geen vangrails zijn geplaatst gaapt naast mij een diepe afgrond. Ondertussen slingeren de vier motorrijders die achter de nu bijna stilstaande vrachtauto reden, ook mijn kant van weg op en moeten we elkaar op die ene meter passeren. Ik stuur de Honda strak langs de vrachtauto en voel de spiegel van een van de mij tegemoet rijdende motorrijders tegen mijn rechtermouw schuren.

Gelukkig verloopt de rest van de afdaling soepel en kan ik weer genieten van tientallen snel op elkaar volgende hairpins die ons naar Bourg St. Maurice brengen. Aan de voet van de afdaling hebben we nog maar een klein stukje te gaan totdat we bij onze eindbestemming van die dag bereiken. Vlak voor het dorp Val d’Isere rijden we de laatste tunnel van die dag in. In mijn oor hoor ik ineens Wouter hard roepen dat ik terug naar zijn één moet schakelen.

Ik trap direct een versnelling naar beneden en voel hoe mijn voorwiel tegelijkertijd in een gat wegduikt. De weg in de tunnel blijkt open gebroken te zijn. Doordat we van het licht het donker inrijden is het zicht minimaal en komt het gat als een complete verrassing. Zonder na denken ga ik rechtop staan en laveer ik de CBF tussen de resterende kuilen en rommel door. Niet dat ik zo’n geweldige motorrijder ben, integendeel, maar in een reflex paste ik gewoon een mountainbiketechniek toe. Zonder verder verrassingen bereiken we even later de camping net buiten Val d’Isere.

Code oranje

De volgende morgen rits ik de tent open. We hebben op 1755 meter hoogte overnacht en de zon schijnt uitbundig. Het is nog steeds erg koud buiten en ik houd mijn muts dan ook maar op. Naast mij hoor ik het geraas van snelstromend smeltwater dat van de omliggende bergen afstroomt. Helaas is er ook iets niet zo positiefs aan deze dag. Er komt een melding van de ANWB op onze mobiel binnen. Nice en Marseille en het laagste gedeelte van de Grand route des Alpes is code oranje geworden. Als we nog naar Corsica willen, zullen we onze route om moeten gooien. We besluiten om naar Genua (Italië) te rijden. Daar vaart namelijk ook een boot richting Corsica.

Zodra we de camping afrijden, voelen we de weg al licht stijgen. De eerste bergpas, de “Col de l’Iseran”, begint al een kleine honderd meter verderop. De D902 is 47,4 km lang en overbrugt 2052 hoogtemeters met een gemiddeld stijgingspercentage van 4,2%. Daarmee is de ‘Col de l’Iseran” de hoogste geasfalteerde bergpas van Europa. In het begin stijgt de pas langzaam, maar na twee kilometers krijg ik gelijk een stijgingspercentage van 8 a 9% met naverwante bochten voor mijn kiezen.

Het is hier bizar mooi. De laatste paar kilometers tikt het stijgingspercentage nog even de 10,1 % aan en net voor het hoogste punt kom ik oog in oog met een koe te staan. Bovenaan de top is een uitspanning en een kerkje waar we neerstrijken om een kop koffie te drinken. Waar je ook kijkt, letterlijk overal staan motoren. Ik ben niet de enige die het idee had om hier te gaan rijden.

Maar wacht, er is meer! Geniet mee met schitterende videobeelden van Ibolya’s trip.

Lees hem ook op motorrijders.nl via deze link!