Hoe er jarenlang is gezwegen over het communisme in Hongarije

Door Quinten Wassenburg

Als er in de familie van de Nederlands-Hongaarse Ibolya Moór over communisme werd gesproken, moesten de gordijnen dicht en moest de radio aan. Op fluistertoon werd er dan over gepraat, bijvoorbeeld over het krijgsgevangenschap van haar opa. Ibolya ging zelf op onderzoek uit naar hoe haar familie werd gespleten door de taboe op communisme. Op 29 november komen haar bevindingen uit in een boek, De Vloek van de Hongaarse familie Moór. 

Dat onderzoek heeft dus ook zijn vruchten afgeworpen. In je boek is de vader van Ibolya op haar zesde verdwenen, voordat hij 25 jaar later weer terugkeert.
‘Mijn vader was er wel altijd, ook al was hij gesloten over het communisme tot zijn dood. Mijn opa was wel verdwenen, maar dat was nog voordat ik geboren was. Zijn verdwijning is de reden dat mijn vader vanuit Hongarije is gevlucht naar Nederland. Toen de Sovjet-Unie Hongarije binnenviel (in 1956, red.) vluchtten tienduizenden Hongaren naar West-Europa. Mijn vader is dus in zijn eentje vertrokken, te voet. Hij kwam uit bij een vluchtelingenkamp in Oostenrijk, wat vol zat met gevluchte Hongaren. Daarna heeft Europa de vluchtelingen verdeeld, waardoor hij in Nederland terechtkwam.’

Maar niet zijn hele familie vluchtte uit Hongarije. 
‘Nee, een deel bleef achter omdat ze bang waren voor represailles. Je moet begrijpen dat je op geen enkele manier kritisch mocht zijn over het communisme, dus vluchten was al helemaal een doodzonde. Als je jarenlang had gewerkt, je had gedragen en geen kritiek had op het communisme mocht je misschien een auto kopen. En dat was dan een aftandse Trabant. Nadat de Sovjet-Unie de straten van Boedapest overspoelde met tanks en soldaten, spreidde de angst onder het volk zich als een lopend vuurtje.’  

‘De familieleden die er bleven wonen waren nog steeds heel arm na de val van de Sovjet-Unie in 1989. Als wij kwamen aanrijden in onze aftandse Opel, kwam het halve dorp ernaar kijken. De eerste 18 jaar van mijn leven ben ik nog elk jaar één maand naar Hongarije gegaan, naar mijn familie.’ 

Je opa, de vader van je vader, was daar lang niet bij. Die was verdwenen. Ben je erachter waardoor hij weg was?
‘Er zaten een paar dagen tussen de val van de regering van Hongarije, en de inval van de Sovjet-Unie. In die dagen werden gigantische hoeveelheden Hongaarse mannen opgepakt. Niemand wist waar die allemaal heen gingen. Mijn vader woonde met zijn familie in een klein dorpje honderd kilometer van Boedapest, Bakonynàna. Die wisten alleen wat er gebeurde van horen zeggen of door de radio. Dus nadat opa was meegenomen en er op de radio werd verteld dat de regering was gevallen, wist mijn vader László hoe laat het was. Tijd om z’n biezen te pakken.’ 

‘Pas in 1970, bijna vijftien jaar later, kwam opa vrij. Waar hij in 1956 nog een, zeker voor Hongaarse begrippen, grote man was met zijn 1,82 meter, was hij in 1970 echt helemaal verschrompeld. Hij liep helemaal krom, en leek in niets meer hoe László hem achterliet. Dat kwam omdat hij in een hele kleine cel zat en bijna dagelijks werd gemarteld.’ 

Hoe weet je dit allemaal? We hebben het nu over minimaal 50 jaar geleden.
‘De broer van mijn vader, Johan, is uiteindelijk terecht gekomen in Zuid-Duitsland. Hij heeft overigens zijn naam laten veranderen van János naar Johan, omdat hij geen binding meer wilde met Hongarije en het communisme dat er toen was. Hij heeft mij heel erg geholpen in de zoektocht naar de wortels van mijn familie in Hongarije. Ook lag er op de zolder van mijn Nederlandse moeder nog een dagboek van mijn vader. Helaas in het Hongaars, anders had ik dat ook zelf kunnen ontcijferen.’ 

Spreek je geen Hongaars?
‘Nee, alhoewel ik dat wel altijd al heb gewild. Het komt er gewoon steeds niet van. Gelukkig kon Johan mij helpen met de vertaling.’ 

Wat zou je Hongaarse familie er eigenlijk van vinden als ze wisten dat je onderzoek deed naar het communisme in Hongarije?
‘Je vraagt me nu eigenlijk iets te voorspellen, ik ben geen helderziende,’ lacht Ibolya, maar snel betrekt haar gezicht weer: ‘Ik denk dat er wel mensen kwaad zullen worden, dat ik hier zo open over praat. Er heerst echt nog een taboe op, binnen de hele Hongaarse samenleving. Er wordt echt bijna niet over gesproken. Dat komt omdat heel veel mensen er verdriet van hebben, en in de Hongaarse cultuur praten we daar niet over. Dat stilzwijgen hebben we nu zo lang volgehouden.’  

Denk je dat er behoefte aan is dat erover gepraat wordt, dat dat taboe wordt doorbroken?
‘Ja, zeker. Ik merk dat er veel Hongaren zijn, met wie ik nu in aanraking kom door mijn boek, die behoefte hebben aan het lichten van die sluier. Er is zo lang niet over gepraat, terwijl het iets heel belangrijks is in de geschiedenis van de Hongaren. Ik hoop dat ik er met het uitbrengen van mijn boek aan bij kan dragen dat het doorbreken van de taboe sneller gaat. Het is tijd om die taboe met z’n allen te doorbreken.’

 Groep 09 

december 15, 2020 

 NIEUWSTABOETABOES   /   COMMUNISMEHONGARIJETABOETABOES